Onze overtuiging
over de doop.
Met respect voor de kerken die conform hun theologie de
kinderdoop praktiseren,
geloven wij als Baptistengemeente Doorn e.o., dat de Heilige Schrift leert,
dat alleen zij die zich door persoonlijk geloof het eigendom weten van Jezus
Christus, gedoopt mogen worden.
Matth. 28:19; Marc. 16:16; Hand. 2:38; 2:41; 8:12; 9:17-18; 10:47; 16:31-33 en
19:1-7.
Het bijbelse dooponderwijs kan als volgt worden samengevat:
1. De doop is een daad van gehoorzaamheid aan de opdracht van Jezus Christus,
door gelovigen die zich aan Zijn heerschappij willen onderwerpen.
Deze daad moet evenwel niet gezien worden als voorwaarde om behouden te worden;
God aanvaardt noch weerstaat mensen op grond van de doop.
2. De doop is een teken of instelling en geen sacrament of genadekanaal.
De doop kan noch rechtvaardigen, noch verzoenen, noch wordt de dopeling onder de
verlossende naam of heerschappij van Christus gebracht. Dit alles is het
exclusieve
werk van de Heilige Geest en is niet aan ons mensen gegeven.
We worden gerechtvaardigd door het geloof en gedoopt als teken van onze
rechtvaardiging.
3. De waterdoop is een symbool van de geestesdoop, die bij de wedergeboorte
plaatsvindt en de gelovigen identificeert met Christus’ dood, begrafenis en
opstanding en staat voor reiniging van zonden en het nieuwe leven. Rom. 6:1-4 en
Gal. 2:20.
4. De doop is een openbaar getuigenis van de persoonlijke geloofsverbondenheid
van de gelovige met Jezus Christus, aan de gemeente, de wereld en aan de machten
in de lucht.
5. Wij leren en praktiseren de doop door onderdompeling.
Vgl. Joh. 3:3, Marc. 1:5, en Hand. 8:36.
Het woord ”doop” betekent letterlijk ”índompelen”.
Dit wijst erop dat de doop door onderdompeling de bijbelse vorm is.
Wij mogen dan ook tegen een wedergeboren gelovige zeggen:
”Wat verhindert u om gedoopt te worden?” Hand. 8:36b.
Vaak wordt de besnijdenis uit het verbond met Abraham aangevoerd als bewijs en
legitimatie voor de kinderdoop. Wij geloven dat de Bijbel de besnijdenis en de
waterdoop ziet als instellingen die beide een ander doel dienen, elk in zijn
eigen verbond.
In de Bijbel wordt nergens de overeenkomst gemaakt tussen de besnijdenis van
zuigelingen van het mannelijk geslacht, zoals die onder het oude verbond
plaatsvond en de waterdoop van wedergeboren gelovigen in het nieuwe verbond.
Op grond van het vorenstaande mogen wij christenouders uitnodigen hun kinderen
in een gewone samenkomst, naar het voorbeeld van de ouders uit Matt. 18:13-15,
Marc. 10:13-16 en Luc. 18:15-17, aan de Here op te dragen. Er wordt dan voor de
ouders gebeden en de kinderen worden gezegend. De ouders verklaren publiekelijk
hun kinderen in de vreze van de Here, d.w.z. naar het onderwijs van de Heilige
Schrift, op te voeden.